Positieve reacties over pensioentransitie in de media

In 2025 gingen de eerste pensioenfondsen over naar het nieuwe stelsel. Dat betrof slechts drie relatief kleine pensioenfondsen.

Op 1 januari dit jaar volgden zo’n 25 aanmerkelijk grotere fondsen, waaronder ook pensioengiganten als PFZW (Zorg), Bpf Bouw (Bouw) en PMT (Metaal & Techniek). Vele miljoenen deelnemers en gepensioneerden stapten daardoor over naar het nieuwe pensioenstelsel. Het grootste Nederlandse pensioenfonds, ABP (pensioenfonds voor overheid en onderwijs) dat ruim drie miljoen deelnemers en ruim 500 miljard euro aan vermogen meeneemt, is van plan om per 1 januari 2027 in te varen.
Alle op het moment van invaren opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten worden bij het invaren omgezet in individuele pensioenvermogens. Ook een deel van de gevormde buffers wordt aan deze individuele pensioenvermogens toegedeeld. Hierdoor kan de jaarlijkse pensioenuitkering – net als bij een normale indexatie – worden verhoogd. Die verhoging wordt ook wel ‘invaarbonus’ genoemd. Pensioenadviseur AON becijfert de gemiddelde verhoging van de pensioenuitkeringen bij invaren op zo’n 14 procent bij de twaalf grootste pensioenfondsen die dit jaar invaren. Goed nieuws dus, zeker voor wie al wat langer is gepensioneerd en een grote indexatieachterstand heeft. Terecht verschenen er positieve reacties in de media.

Pensioenfondsen stonden er eind 2025 goed voor

Omdat de laatste maanden van 2025 goede beleggingsresultaten opleverden, steeg de dekkingsgraad in het laatste kwartaal verder. Bij PFZW bijvoorbeeld tot 124 procent eind november 2025. Dat geeft volgens AON bij PFZW uitzicht op een invaarbonus van 11,7 procent. Ons eigen PNO Media, dat beoogt per 1 januari 2027 over te stappen, staat er met een dekkingsgraad eind november van 127,5 procent ook prima voor.

Hoe hoog de invaarbonus wordt, kan op verschillende manieren worden bepaald, namelijk via de zogeheten standaardmethode met spreiding en via de standaardmethode zonder spreiding. Het maakt nogal wat verschil welke methode wordt toegepast. De standaardmethode hanteert in principe een spreidingsperiode van 10 jaar, waarvan – mits goed onderbouwd – kan worden afgeweken als de spreidingstermijn van 10 jaar leidt tot onevenwichtige uitkomsten. Een spreidingsperiode van 1 jaar geldt daarbij als ‘geen spreiding’.

In de transitieplannen van fondsen als PFZW, PME, BPF Bouw en ook PNO Media was aangegeven dat de verdeling van de buffer op basis van de standaardmethode zonder spreiding zal plaatsvinden. Pensioenrechten worden dan voor alle deelnemers met hetzelfde percentage verhoogd. Bij fondsen die de wettelijk voorgeschreven spreidingstermijn van 10 jaar hanteren, ligt dat anders. Jongeren krijgen dan relatief meer vermogen toegedeeld uit de buffer dan ouderen en gepensioneerden.

Toetsing door DNB

DNB moet als toezichthouder groen licht geven voor het invaren en het daarbij te volgen implementatieplan. DNB heeft daarbij onder meer als taak toe te zien of een afwijking van de standaard spreidingstermijn van 10 jaar voldoende onderbouwd wordt. Formeel dient DNB zich te beperken tot een marginale toetsing van het door sociale partners en het pensioenfonds ingediende implementatieplan. De praktijk is anders.

DNB hecht bij de toetsing van evenwichtigheid vaak veel meer waarde aan de zogenaamde Netto Profijt toets, dan aan de toets op basis van de pensioenvooruitzichten. De netto-profijt toets laat vaak zien dat er bij de vermogensverdeling bij invaren sprake is van een nadeel voor jongeren. Voordelen voor jongeren, als gevolg van het vooruitschuiven van buffers, mogen volgens DNB voor die groep niet verloren gaan. In dat licht is het vaak moeilijk om de spreidingsduur van de wettelijke termijn van 10 jaar terug te brengen naar 1 jaar. Het hanteren van een langere spreidingstermijnen bij het verdelen van de buffers, wat neerkomt op het continueren van het niet langer acceptabele stelsel waarvan nu afscheid wordt genomen, betekent namelijk dat jongeren een relatief groter deel van de buffer meekrijgen dan ouderen en gepensioneerden. Daarbij wordt overigens volstrekt voorbijgegaan aan het feit dat het vooral de ouderen zijn die het grootste deel van het pensioenvermogen hebben opgebracht en dus ook het meeste aan de buffers hebben bijgedragen.

Vergelijking ‘Vergrijsd BPF Bouw’ met ‘Eeuwig jong Horeca’ maakt veel duidelijk

De sociale partners van het vergrijsde BPF Bouw, met in november een dekkingsgraad van 139,1 procent, hielden grotendeels vast aan hun standpunt van invaren zonder spreiding. Na overleg met DNB wordt er alleen bij dekkingsgraden hoger dan 136 procent via een glijdende schaal een wat langere spreidingstermijn gehanteerd. Uiteindelijk gaf DNB bij BPF Bouw groen licht en werd een goedkeuringsbeschikking afgegeven.

De actuele dekkingsgraad bij Pensioenfonds Horeca bedroeg eind november 2025 zo’n 156 procent. Bij een dekkingsgraad hoger dan 148 procent verlengt het fonds de spreidingstermijn naar 15 jaar. Daarbij is in aanmerking genomen dat Pensioenfonds Horeca gezien zijn deelnemersbestand een uniek fonds is. De sector wordt gekenmerkt door veel jonge deelnemers, korte dienstverbanden en door een hoog verloop. Door de hoge instroom van jonge deelnemers wordt het fonds ook wel een eeuwig ‘groen’ fonds genoemd. Doordat de rente het de afgelopen jaar verder doorsteeg, had dat als effect dat de dekkingsgraad in een periode van 5 jaar toenam van 105 procent naar 156 procent. Bij hantering van de standaardmethode met 10 jaar spreiding zou het aan gepensioneerden toe te delen gedeelte van het buffervermogen bij Horeca resulteren in een pensioenverhoging bij invaren die meer effect zou hebben dan 3,5 procent jaarlijkse indexatie. Daarom is besloten om bij erg hoge dekkingsgraden de spreidingsperiode van 10 jaar stapsgewijs te verlengen om het fictieve uitdeeltempo bij invaren in lijn te houden met het uitdeeltempo onder de oude regelgeving. Bovendien was er bij pensioenfonds Horeca nauwelijks sprake van indexatieachterstanden.

Het lijkt er daardoor al en met al op dat vooral oudere gepensioneerden bij Pensioenfonds Horeca een aanzienlijk lagere procentuele invaarbonus zullen ontvangen dan jongeren, minder dan de helft. Dat is echter speculatief. Er moet nog worden gerekend. Afwachten dus.

Wie doet het nu goed?

Horeca hanteert de standaardmethode met 15 jaar spreiding. Op basis van de Pensioenwet dient dat normaal gesproken een spreidingstermijn van 10 jaar te zijn. Alleen als er daarvoor goede argumenten zijn, mag van 10 jaar te worden afgeweken. Bij het eeuwig groene pensioenfonds Horeca vindt het bestuur van het fonds dus blijkbaar dat hiervan sprake is.

Ook het vergrijsde BPF Bouw – met aanzienlijke indexatieachterstanden – heeft alle argumenten in kaart gebracht en past vervolgens de standaardmethode zonder spreiding toe, de methode dus op basis waarvan iedere deelnemer er procentueel evenveel bij krijgt. De plannen en de onderbouwing zijn door sociale partners opgesteld, beoordeeld door het pensioenfonds en uiteindelijk heeft DNB groen licht gegeven.

Leeftijdsdiscriminatie

Het is wettelijk niet toegestaan om bij arbeidsvoorwaarden onderscheid te maken op grond van leeftijd. Pensioen is een arbeidsvoorwaarde, dus dat valt onder deze wet. De standaardmethode maakt onderscheid op grond van leeftijd. Het toepassen zou alleen dan zijn toegestaan als er sprake is van een objectieve rechtvaardiging. Of daar sprake van is, bepaalt uiteindelijk een rechter. Gepensioneerden staan daarmee voor de lastige afweging tussen het accepteren van de invaarbonus nu, of het juridisch aanvechten van de spreidingstermijn met het risico op uitstel van invaren en het uiteindelijk moeten accepteren van een lagere invaarbonus in situaties waarin de rente is gedaald. Wat is wijsheid?

PNO Media

Hopelijk houden het bestuur en de sociale partners bij PNO Media – net als bij BPF Bouw – in het overleg met DNB de poot stijf en houden zij vast aan de zorgvuldig geformuleerde en goed onderbouwde standpunten. VGOmedia heeft alle vertrouwen in het bestuur, directie en de staf van ons pensioenfonds. Ook over het door sociale partners gevolgde besluitvormingsproces is VGOmedia positief.


Bestuurslid VGO Media
Anton de Bekker deelt in zijn maandelijkse column zijn persoonlijke visie over actuele pensioenonderwerpen.