Artificial intelligence (AI)

AI en financiële markten

Ook pensioenfondsen kunnen niet om AI heen. De kranten staan er vol van. Grote techbedrijven investeren honderden miljarden in kunstmatige intelligentie (AI). Opslag van trainingsdata voor AI-modellen vergt enorm veel geheugenruimte en het uitvoeren van AIberekeningen (training en het werken met de modellen) vereist enorme rekenkracht. Beide processen leiden tot een hoog energieverbruik. Daarvoor zijn grote datacentra nodig en steeds krachtiger chips.

Zo bouwt ons eigen ASML een nieuwe machine voor AI-superchips, voor chips die alweer steeds kleiner worden. Door de chipjes dicht bij elkaar te plaatsen kunnen ze supersnel communiceren om bijvoorbeeld een antwoord op een zoekopdracht of een afbeelding te genereren. Dat maakt de AI-chip ook veel energiezuiniger.

Deze ontwikkelingen vragen om zeer grote investeringen in AI-infrastructuur door techbedrijven. Die investeringen worden grotendeels gefinancierd uit operationele kasstromen, aangevuld met het lenen van geld op de kapitaalmarkten, en in mindere mate ook door het uitgeven van nieuwe aandelen. De gevolgen hiervan zien we terug in economische groei en in stijgende aandelenkoersen, met name in de techsector. Het optimisme lijkt daar geen grenzen te kennen.

In tijden van euforie wordt weleens vergeten dat geleend geld ooit moet worden terugbetaald en dat er over leningen ook rente verschuldigd is. De kernvraag voor beleggers, en dus ook pensioenfondsen, is of er met al die investeringen in de toekomst voldoende winst gemaakt wordt om de verplichtingen na te komen. Daarvoor is bij de lenende bedrijven een positieve cashflow vereist. Ze moeten dus meer verdienen dan uitgeven.

De meeste grote techbedrijven genereren op dit moment weliswaar hoge operationele winsten, maar de vrije kasstroom staat onder druk door de enorme AI-investeringen. Investeerders leunen daarbij sterk op de omvangrijke contractuele orderportefeuilles en langlopende afnamegaranties, maar die bieden geen absolute zekerheid: contracten kunnen worden heronderhandeld of geannuleerd, klanten kunnen in gebreke blijven en technologische veroudering of overcapaciteit kan de werkelijke vraag sterk doen tegenvallen.

Bovendien is er bij veel bedrijven sprake van verborgen schulden. Ze lenen en investeren in veel gevallen niet rechtstreeks, maar via leasecontracten of afnamegaranties. Op de balans van bedrijven zijn dergelijke verplichtingen niet of slechts beperkt zichtbaar.

Het risico dat een lenend bedrijf zijn verplichtingen niet nakomt, kan door een kredietverzekering worden afgedekt. In de financiële wereld heet dat een credit default swap (CDS). In het geval de lenende onderneming het geleende bedrag niet kan terugbetalen (default), zal de CDS dit verlies compenseren.

Inmiddels is sprake van een stortvloed van nieuw uitgegeven obligaties. Markten beginnen zich nu steeds meer zorgen te maken. Chinese concurrenten lijken AI-modellen bovendien goedkoper en efficiënter te kunnen aanbieden. Al met al lopen de premies op dergelijke verzekeringen tegen wanbetaling dan ook sterk op.

Betrouwbaarheid AI-modellen

De onzekere financiële toekomst van AI is zeker niet het enige probleem.

AI-modellen moeten worden gevoed (getraind) om juiste antwoorden op de gestelde vragen te geven. Hoe dat voorprogrammeren gebeurt, heeft veel invloed op de gegeven antwoorden. Politieke beïnvloeding en ongewenst gebruik van modellen kan zelfs niet worden uitgesloten.
De validatie van AI-modellen is daarbij een serieus probleem: zij functioneren vaak als ‘black box’, waardoor het vrijwel onmogelijk is om te controleren of de uitkomsten consistent, onbevooroordeeld en reproduceerbaar zijn.

Bij traditionele economische en wiskundige modellen eisen toezichthouders dat dergelijke modellen grondig worden gevalideerd voordat ze mogen worden toegepast. Bij AI-modellen ontbreekt die mogelijkheid grotendeels, zodat de betrouwbaarheid in de praktijk moeilijk is te waarborgen. Een mogelijke oplossing is om verplichte onafhankelijke audits en eisen aan uitlegbaarheid (‘explainable AI’) te stellen, zodat toezichthouders en gebruikers de werking en uitkomsten beter kunnen toetsen.

Blijft informatie in de toekomst wel veilig en toegankelijk?

Ons nationale geheugen is te vinden in de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag. Daar is meer dan 120 kilometer aan boeken, bladen en kranten opgeslagen en daarnaast 8,5 miljoen digitale objecten (bron Financieel Dagblad). De nieuwe directeur van de KB vraagt zich af hoe je al die informatie moet beschermen tegen cyberaanvallen en vervalsing door AI. Het antwoord hierop hebben we nog niet.

Tot slot

Er is alle reden om ons ernstig zorgen te maken. Is het wel mogelijk om informatie veilig op te slaan in een omgeving waarin kwantumcomputers over enkele jaren in staat zullen zijn wachtwoorden binnen enkele minuten te kraken. Kunnen we het AI-beest de baas blijven? Het zal de leeftijd zijn dat ik met weemoed terugdenk aan het pré-AI-tijdperk.


Bestuurslid VGOmedia