In een gesprek met VGOmedia over de voortgang op het pad naar invaren heeft het bestuur van PNO Media gemeld dat het voornemen om de pensioenbuffer in één jaar te verdelen niet houdbaar is en dat de wettelijke standaardperiode van tien jaar nu gebruikt wordt.
Een kortere of langere spreidingstermijn mag alleen als het pensioenfonds kan aantonen dat dit evenwichtiger uitpakt voor alle deelnemers waarbij hier vooral wordt gekeken naar netto profijt, wie komt er in welk scenario ten opzichte van de bestaande situatie het beste uit. De verdeling houdt rekening met de resterende levensverwachting en leeftijd van alle deelnemers.
De bijzondere positie van PNO Media, een (deels verplicht) bedrijfstakpensioenfonds met zevenhonderd aangesloten werkgevers in verschillende sectoren, werkt complicerend in de dialoog met de toezichthouder omdat de wet vooral geschreven is vanuit het perspectief van 1 regeling en 1 fonds. Alle aanvullende vragen van DNB zijn voor nu beantwoord.
Het fonds heeft de negatieve gevolgen in de netto profijt scenario’s grotendeels opgevangen door de buffer die beschikbaar is door de gestegen dekkingsgraad. Eén van de maatregelen die niet wijzigt is een wat hoger risicoprofiel voor gepensioneerden, zodat er aan hen meer winst uit beleggingen (aandelen) kan worden toegekend. Zonder rendement kan het pensioen de inflatie niet bijhouden.
Het VO heeft alle wijzigingen in de plannen intussen goedgekeurd, dus de verwachting is op dit moment dat invaren per 1 januari 2027 gewoon kan doorgaan maar is afhankelijk van de beschikking van DNB. Voor die tijd neemt het bestuur op basis van het staande beleid nog een besluit over indexatie per eind 2026. Met een actuele dekkingsgraad van 134 procent is optimisme daarover te rechtvaardigen.