Naar volgende fase pensioentransitie
De hoorrechtfase, waarin de door sociale partners opgestelde transitieplannen door VGOmedia van commentaar zijn voorzien, ligt inmiddels achter ons. De volgende fase dient zich aan. Het moment is gekomen waarop PNO Media implementatie- en communicatieplannen moet opstellen; plannen die ter beoordeling/toetsing aan DNB en AFM moeten worden voorgelegd. Dat is gebeurd. Die meer dan 100 pagina’s tellende plannen zijn, zoals wettelijk verplicht, inmiddels ook op de website van PNO Media gepubliceerd.
Verdeling fondsvermogen
Bij PNO Media moet circa 8 miljard aan vermogen over bijna 70.000 gerechtigden worden verdeeld. Het spreekt voor zich dat die verdeling correct en evenwichtig dient plaats te vinden (en in één keer goed!). Invaren kan daarbij worden gezien als de eindafrekening van het huidige pensioenstelsel. Een belangrijke voorwaarde bij de overgang naar de WTP is dat deze ‘evenwichtig’ is en zonder ‘onevenredig’ nadeel voor (groepen van) belanghebbenden.
Evenwichtigheid en netto profijt
DNB laat bij haar oordeel over de evenwichtigheid de verhouding tussen profijt in de huidige en nieuwe pensioenregeling voor de verschillende groepen rechthebbenden (delta netto profijt) zwaar wegen. Het standpunt van DNB is dat de effecten van de wijze van beleggen (hogere pensioenen als gevolg van het nemen van meer beleggingsrisico) niet op voorhand mogen worden meegenomen. DNB benadrukt dat 1000 euro belegd in aandelen niet meer waard is dan 1000 euro belegd in obligaties of 1000 euro op een bankrekening. Slapers en jonge deelnemers zouden bij hoge buffers volgens DNB onder het FTK (de huidige regelgeving) als gevolg van de hun lange horizon per saldo hogere indexaties tegemoet kunnen zien dan bij een eenmalige pro rata verdeling van de buffer van het fonds.
DNB hecht in zijn oordeel dus minder belang aan de eveneens in de Pensioenwet genoemde pensioenverwachtingen. Voor de groepen slapers en jonge deelnemers nemen deze pensioenverwachtingen echter niet af, maar juist sterk toe. Dat komt omdat voor hen, zoals in het nieuwe stelsel beoogd, meer beleggingsrisico kan worden genomen.
Evenwichtigheid is open norm
Bij het bepalen van de evenwichtigheid gaat het er om een mogelijk onevenwichtige uitkomst in netto-profijt of pensioenverwachting (en ook een mogelijke oplossing) vanuit meerdere gezichtspunten in ogenschouw te nemen. Netto profijt is – zoals aangegeven door DNB – zeker een gezichtspunt, maar de pensioenverwachting die voor deelnemers vaak veel meer aansprekend en beter uitlegbaar is, is dat zeker ook. Ook het aspect van in het verleden gemiste uitkeringen, indexaties die door gepensioneerden nooit meer worden ingehaald, een eventueel niet-kostendekkende premie in het verleden, en het toepassen van een spreidingstermijn zijn elementen die bij het bepalen van de evenwichtigheid voor de verschillende groepen tegen elkaar afgewogen moeten worden.
De regie berust bij het bestuur van het fonds
Volgens de WTP berust de besluitvorming over de evenwichtigheid van de vermogensverdeling bij het invaren primair bij het pensioenfondsbestuur. Het bestuur van het fonds voert immers de regie!
De keuzes die het pensioenfondsbestuur maakt, bijvoorbeeld over de spreidingstermijn bij het toedelen van de vermogensoverschotten, moeten uiteraard wel onderbouwd worden. De DNB voert hierop vervolgens een marginale toetsing uit.
Evenwichtigheidskader
Besluitvorming over evenwichtigheid start met het vaststellen van wat onder een evenwichtige transitie moet worden verstaan. PNO Media heeft in dat kader een evenwichtigheidskader opgesteld waarbij gekeken wordt naar zowel netto-profijt als ook de pensioenverwachtingen. Daarin is ook goed onderbouwd waarom er is gekozen voor een vermogensverdeling zonder spreiding. Die onderbouwing sluit ook goed aan bij het amendement Palland-Matoug.
Palland Matoug
Bij de invoering van de nieuwe pensioenwet (WTP) is een amendement van Palland (CDA) en Maatoug (GrL) aangenomen om de mogelijkheden voor verdeling van het vermogen te verruimen. In de toelichting bij het amendement wordt nadrukkelijk gesteld dat de standaardmethode, met een gespreide toedeling van het vermogenssurplus in 10 jaar, niet geschikt is voor fondsen met een hoge dekkingsgraad. Verder wordt aangegeven dat het amendement gebruikt kan worden om gelijke procentuele verhogingen voor alle leeftijdsgroepen te bereiken of als compensatie voor indexatieachterstand. Ook benadrukt dit aangenomen amendement nog eens dat ook op andere gronden dan die van de bestandssamenstelling van de standaardverdeling van het vermogen afgeweken kan worden.
Gedegen besluitvorming over toedeling fondsvermogen
De besluitvorming over de verdeling van het fondsvermogen heeft door PNO Media met alle zorg en waarborgen voor een evenwichtige transitie plaatsgevonden. Het goed onderbouwde transitieplan van PNO Media zou bij een marginale toetsing door DNB dan ook probleemloos geaccepteerd moeten worden.
![]()
Bestuurslid VGO Media
Anton de Bekker deelt in zijn maandelijkse column zijn persoonlijke visie over actuele pensioenonderwerpen.