Ziektekosten en ziektekostenpremies drukken voor ouderen sterk op het netto besteedbaar inkomen. Naarmate mensen ouder worden, neemt de behoefte aan medische zorg nu eenmaal toe. De bevolkingsgroep van 60 jaar en ouder maakt gemiddeld de hoogste zorgkosten. Dit hangt samen met hogere sterfte- en ziektekansen die gelden voor mensen in deze leeftijdsgroep.
Zoals blijkt uit het onderstaande staatje van enkele jaren terug -cijfers over zorgkosten lopen altijd achter- worden de meeste kosten gemaakt in het jaar van geboorte en in het jaar van overlijden.

Zeker voor gepensioneerden is een goede ziektekostenverzekering daarom uiterst belangrijk. De jaarlijks sterk stijgende premies voor de ziektekostenverzekering vormen voor nogal wat ouderen echter wel een zware last die iedere maand een grote hap uit het budget neemt.
Volgens recente cijfers van Zorginstituut Nederland stegen de kosten van de basisverzekering ziektekosten in 2024 met 7,4 procent. Voor 2026 ziet dat er gelukkig beter uit en is er zicht op gelijkblijvende premies. De oorzaak van een gelijkblijvende zorgpremie in 2026 is niet dat de zorgkosten niet langer stijgen, maar een financiële meevaller in het Zorgverzekeringsfonds. Doordat er meer inkomensafhankelijke bijdragen binnenkwamen dan verwacht, konden zorgverzekeraars deze overschotten gebruiken om de stijging van de nominale premie voor de basisverzekering voor het jaar 2026 te dempen. Het gaat dus om een eenmalige meevaller. In de jaren na 2026 zal de rekening voor de stijgende ziektekosten bij het wegvallen dan dit eenmalige voordeel alsnog worden gepresenteerd en bovendien extra worden gevoeld. Het effect van 2 jaar kostenstijging wordt dan zichtbaar.
Gemiddelde premie basisverzekering in 2026
De gemiddelde zorgpremie in 2026 – voor alleen de basisverzekering – bedraagt ongeveer 160 euro per maand per persoon. Dat is exclusief de premie voor aanvullende verzekeringen voor kosten als tandartszorg, zorg in het buitenland, fysiotherapie en andere therapieën. Bij een beperkt pakket aanvullende verzekeringen voor dergelijke risico’s komt daar al snel 20 euro per maand bovenop en dat resulteert in ziektekostenpremies van ongeveer 180 euro per persoon per maand.
Eigen risico
Naast de ziektekostenpremies moeten we ook rekening houden met een extra last als gevolg van het eigen risico van 385 euro per persoon per jaar. Gezien de met de leeftijd stijgende zorgkosten (zie grafiek hiervoor), zullen zo goed als alle gepensioneerden die last jaarlijks moeten opbrengen. Een door het vorige kabinet voorgenomen halvering van het eigen risico ziektekosten lijkt er niet te komen. Een verlaagd eigen risico zou overigens wel tot een stijging van de zorgpremie hebben geleid.
Financiering Nederlands ziektekostenstelsel is grotendeels privaat
De gezondheidszorg in Nederland wordt voor een deel privaat en voor een deel publiek gefinancierd. Door de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 zijn ziekenfondsen en particuliere verzekeringen samengevoegd. Daarbij is sprake van een private verzekering. De zorgverzekeraars zijn zelfstandige organisaties, meestal zonder winstoogmerk. Dat is dus anders dan in landen zoals het Verenigd Koninkrijk, waar de gezondheidszorg vooral een publiek gefinancierde overheidstaak is.
Naast het privaat gefinancierde deel is er in ons land ook een publiek gefinancierd deel van de zorg. Zo wordt langdurige zorg, zoals verpleeghuizen, gefinancierd via de volksverzekering Wlz (Wet langdurige zorg). De financiering van de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning) neemt de overheid via het gemeentefonds voor zijn rekening.
Kosten en financiering daarvan
Het maatschappelijke debat over de kosten van de gezondheidszorg en de financiering daarvan verloopt niet altijd even zuiver. Kosten van de zorg en de wijze van financiering worden namelijk nogal eens door elkaar gehaald. De kosten van de zorg die onder de basisverzekering valt worden bepaald door de omvang van de medische consumptie. Meer of minder behandelingen beïnvloeden dus de kosten.
Financiering van de kosten
Financiering van ziektekosten die onder de basisverzekering vallen, geschiedt uit de volgende 3 bronnen:
- de procentuele premie over het inkomen;
- de nominale premie die aan de zorgverzekeraar wordt betaald;
- het eigen risico.
Uitgaande van eenzelfde bedrag aan te financieren kosten, leidt een verhoging van het eigen risico tot lagere procentuele en nominale premies, en een verlaging van het eigen risico tot hogere procentuele en nominale premies.
Kernvraag over het nut van een eigen risico
De kernvraag over het nut van een eigen risico is of een hoger eigen risico de medische consumptie doet afnemen. Bij de beantwoording van die vraag moet onderscheid worden gemaakt tussen korte- en langetermijneffecten. Op korte termijn kan een hoger eigen risico leiden tot zorgmijding omdat mensen bang zijn voor mogelijke financiële consequenties van behandelingen. Op korte termijn kunnen de kosten van de zorg daardoor afnemen.
Op de lange termijn kan zorgmijding leiden tot een grotere druk op het zorgsysteem en uiteindelijk tot hogere maatschappelijke kosten. Preventieve zorg is in veel gevallen nu eenmaal goedkoper dan complexe en langdurige behandelingen.
Omdat de basisverzekering ziektekosten een private en niet een publieke verzekering is, lijkt het niet aannemelijk dat een hoger eigen risico voor de basisverzekering voor de overheid tot extra baten zal leiden van waaruit beleidsmatige wensen -denk aan meer geld voor defensie- kunnen worden gefinancierd. Dat zou wel het geval zijn bij een publieke financiering, zoals in het Verenigd Koninkrijk.
Tot slot
Zeker voor gepensioneerden zou een halvering van het eigen risico voor de basisverzekering zijn toe te juichen. Natuurlijk zullen de premies daardoor stijgen en daarmede het voordeel van een lager eigen risico voor een deel teniet doen. Hoge rekeningen voor het eigen risico zullen echter minder vaak voorkomen en het risico van zorgmijding zal zeker afnemen.
![]()
Bestuurslid VGO Media
Anton de Bekker deelt in zijn maandelijkse column zijn persoonlijke visie over actuele pensioenonderwerpen.